EU-wetgeving uitgelegd

De richtlijn webtoegankelijkheid uitgelegd: wat universiteiten en hogescholen moeten doen (met volledige tekst)

Richtlijn (EU) 2016/2102 eist dat de websites en mobiele apps van overheidsinstanties voor iedereen toegankelijk zijn, ook voor mensen met een beperking. De meeste publieke universiteiten en hogescholen vallen er via het nationale recht onder. Deze pagina legt in begrijpelijke taal uit wat de richtlijn vereist, welke content is uitgezonderd, hoe de toegankelijkheidsverklaring werkt, hoe de richtlijn samenhangt met inkoop en de European Accessibility Act, en wie in acht landen toezicht houdt, met een artikelverwijzing bij elke uitspraak en de volledige officiële tekst.

Gepubliceerd 9 oktober 2026 · Bronnen geraadpleegd 9 oktober 2026

Ook beschikbaar in: English · Svenska · Norsk · Suomi · Dansk · Français · Español · Português

De wet in één minuut

Voor wie de richtlijn geldt binnen een instelling

De richtlijn verplicht de lidstaten ervoor te zorgen dat websites, "ongeacht het gebruikte apparaat", en mobiele applicaties van overheidsinstanties aan de toegankelijkheidseisen voldoen (art. 1 lid 2). Een overheidsinstantie is een staats-, regionale of lokale overheidsinstantie, een publiekrechtelijke instelling zoals gedefinieerd in de aanbestedingsrichtlijn, of een samenwerkingsverband van zulke instanties of instellingen (art. 3 punt 1).

Volgens Richtlijn 2014/24/EU heeft een publiekrechtelijke instelling drie kenmerken: ze is opgericht om te voorzien in behoeften van algemeen belang die niet van industriële of commerciële aard zijn, ze heeft rechtspersoonlijkheid en ze wordt grotendeels door de overheid gefinancierd of gecontroleerd (art. 2 lid 1 punt 4 Richtlijn 2014/24/EU). Validemics analyse De meeste publieke universiteiten en hogescholen voldoen aan alle drie, en in verschillende landen zijn het overheidsinstanties, dus ze vallen binnen het toepassingsgebied. Bij private instellingen hangt het af van financiering en bestuur, en van het nationale recht, dat verder mag gaan dan de richtlijn (art. 2).

Het toepassingsgebied omvat meer dan de centrale website van de instelling. Het gaat om elke website en app die de instelling publiceert: websites van faculteiten en projecten, de bibliotheekcatalogus en zoekinterface, het studentenportaal, aanmeld- en inschrijfformulieren, de leeromgeving en het intranet voor medewerkers, behoudens de uitzonderingen die hieronder worden beschreven. Mobiele applicaties vallen eronder als ze door of namens de overheidsinstantie zijn ontworpen en ontwikkeld voor gebruik door het algemene publiek (art. 3 punt 2). De facultatieve uitsluiting in art. 1 lid 5 betreft scholen, kinderdagverblijven en crèches, niet universiteiten of hogescholen.

Instellingen laten zien hoe lastig volledige naleving is. De toegankelijkheidsverklaring van de Universiteit Utrecht vermeldt als status "voldoet gedeeltelijk" en geeft aan dat de meeste van haar ongeveer 500 zelfstandig beheerde websites en pagina's er nauwelijks of niet aan voldoen; in december 2025 liet ze onafhankelijke onderzoeken uitvoeren naar uu.nl en het intranet [9]. Université Paris-Saclay verklaart gedeeltelijke conformiteit met de Franse RGAA 4.1, met een auditscore van 53,03%, een meerjarig toegankelijkheidsplan voor 2024-2026 en een tweede audit gepland voor 2026-2027 [10]. De Universiteit van Zuidoost-Noorwegen (USN) wijst erop dat Noorse universiteiten hun algemene functies universeel moeten ontwerpen, inclusief ICT en de digitale leeromgeving [11].

Kernbegrippen in begrijpelijke taal

BegripBetekenis in gewone taalWaar
OverheidsinstantieStaats-, regionale en lokale overheden en publiekrechtelijke instellingen, zoals de meeste publieke universiteiten en hogescholen.art. 3 punt 1
Waarneembaar, bedienbaar, begrijpelijk, robuustDe vier toegankelijkheidsbeginselen: mensen kunnen de content waarnemen, de bediening gebruiken, de content begrijpen en alles gebruiken met hulpsoftware.art. 4
Geharmoniseerde normEen Europese norm waarnaar in het Publicatieblad wordt verwezen. Wie eraan voldoet, wordt geacht conform te zijn. In de praktijk EN 301 549.art. 3 punt 5, art. 6
Onevenredige lastEen per geval onderbouwde reden waarom aan een eis niet kan worden voldaan, op basis van omvang, middelen, kosten en baten.art. 5
ToegankelijkheidsverklaringEen openbare verklaring per website of app over de mate van naleving, de niet-toegankelijke onderdelen, een route voor feedback en de handhavingsprocedure.art. 7 lid 1
FeedbackmechanismeEen manier waarop iedereen toegankelijkheidsproblemen kan melden of niet-toegankelijke content kan opvragen.art. 7 lid 1 sub b
Op tijd gebaseerde mediaAudio, video, of audio en video in combinatie met interactie: collegeopnamen, podcasts, video's.art. 3 punt 6
Stukken uit erfgoedcollectiesGoederen van historisch, artistiek, wetenschappelijk of technisch belang die door bibliotheken, archieven en musea worden bewaard.art. 3 punt 7
MonitoringPeriodieke nationale toetsing van websites en apps van de overheid volgens een gemeenschappelijke EU-methode.art. 8
HandhavingsprocedureDe nationale route, zoals een ombudsman, voor klachten wanneer de reactie van een overheidsinstantie onbevredigend is.art. 9

De artikelen die instellingen het vaakst gebruiken

De richtlijn is kort: 15 artikelen en 56 overwegingen. De artikelen hieronder bepalen wat een instelling moet doen.

ArtikelWat er staatWat het betekent voor een instelling
Art. 1Toepassingsgebied, uitgesloten instanties (lid 3) en uitgesloten content (lid 4).Leg elke website, app en soort content naast de uitzonderingen voordat u besluit wat buiten het toepassingsgebied valt.
Art. 2Minimumharmonisatie: lidstaten mogen verder gaan.Het nationale recht kan meer instanties of content omvatten, zoals in Noorwegen.
Art. 3Definities van overheidsinstantie, mobiele applicatie, normen en op tijd gebaseerde media.Bevestigt of de instelling en een bepaalde app binnen het toepassingsgebied vallen.
Art. 4Websites en apps moeten waarneembaar, bedienbaar, begrijpelijk en robuust zijn.De kernplicht voor alle digitale diensten die de instelling publiceert.
Art. 5Onevenredige last: eigen beoordeling van omvang, middelen, kosten en baten; toelichting in de verklaring.Een onderbouwde uitzondering voor specifieke content, geen algemene vrijstelling.
Art. 6Vermoeden van conformiteit via geharmoniseerde normen of EN 301 549.Gebruik EN 301 549 als toetsingskader en als eis in aanbestedingen.
Art. 7Toegankelijkheidsverklaring volgens het model van de Commissie, feedbackmechanisme, link naar handhaving, adequate reactie binnen een redelijke termijn; opleiding en bewustwording.Eén verklaring per website en app, actueel gehouden, en een werkend proces voor feedback.
Art. 8Nationale monitoring volgens een methode van de Commissie; verslagen om de drie jaar vanaf 23 december 2021.Nationale autoriteiten kunnen websites van instellingen toetsen; de resultaten komen in openbare verslagen.
Art. 9Een adequate en doeltreffende handhavingsprocedure, zoals een ombudsman.Gebruikers kunnen klachten escaleren; autoriteiten kunnen beoordelingen op grond van art. 5 toetsen.
Art. 12Omzetting uiterlijk 23 september 2018 en data van toepassing.Alle websites en apps vallen er nu onder; zie Belangrijke data.

Beoordeelt u op dit moment een leverancier? Validemic toetst de documenten van de leverancier aan de AVG en de AI-verordening, met een bron bij elke bevinding. Probeer de demo-omgeving

Uitzonderingen die op de campus tellen

De richtlijn sluit twee soorten instanties uit, publieke omroepen en sommige ngo's (art. 1 lid 3), en acht soorten content (art. 1 lid 4). Voor een instelling zijn de uitzonderingen voor content het belangrijkst, en die zijn smaller dan ze op het eerste gezicht lijken.

Uitgezonderde content is niet onzichtbaar: via het feedbackmechanisme moet iedereen informatie kunnen opvragen die op grond van artikel 1 lid 4 en artikel 5 is uitgesloten (art. 7 lid 1 sub b). Onze binnenkort verschijnende gids over toegankelijkheid bij inkoop in het hoger onderwijs legt uit hoe u EN 301 549 in aanbestedingen opneemt en hoe u het toegankelijkheidsrapport van een leverancier leest.

Nationale toezichthouders

Elke lidstaat moest een instantie aanwijzen voor monitoring en rapportage (art. 8 lid 7) en een handhavingsinstantie (art. 9 lid 2). De Commissie houdt een lijst bij [4], maar die is niet altijd actueel: er staat nog steeds het regionaal overheidsagentschap voor Zuid-Finland op, terwijl Finland het toezicht vanaf 2025 naar Traficom heeft overgeheveld [7]. Controleer nationale bronnen voordat u op de lijst vertrouwt.

LandMonitoringHandhaving en klachten
ZwedenAgentschap voor digitale overheid (DIGG)DIGG houdt toezicht op de wet over de toegankelijkheid van digitale overheidsdiensten (DOS-lagen) en neemt meldingen aan; gebruikers moeten eerst contact opnemen met de overheidsinstantie [5]
NoorwegenToezichthouder voor universeel ontwerp van ICT (Uu-tilsynet)Uu-tilsynet; de Noorse regels gelden voor zowel private als publieke organisaties [6], en de eisen uit de richtlijn gelden sinds 1 februari 2023 [11]
FinlandTraficom (Fins agentschap voor vervoer en communicatie)Traficom handhaaft de toegankelijkheidseisen [7]
DenemarkenAgentschap voor digitalisering (Digitaliseringsstyrelsen)Digitaliseringsstyrelsen [4]
NederlandMinister van Binnenlandse Zaken en KoninkrijksrelatiesGedeputeerde Staten voor gemeenten en waterschappen; de Nationale ombudsman voor reacties op feedback [4]. De Universiteit Utrecht noemt het Tijdelijk besluit digitale toegankelijkheid overheid als wettelijke grondslag [9]
FrankrijkDirection générale de la cohésion sociale (DGCS) [4]Défenseur des droits voor klachten [10]; Arcom heeft sinds Ordonnance n° 2023-859 handhavingsbevoegdheden voor de digitale toegankelijkheid van overheidsinstanties, met boetes tot 50.000 euro [8]
SpanjeObservatorio de Accesibilidad Web (observatorium voor webtoegankelijkheid)Toegankelijkheidseenheden (Unidades responsables de accesibilidad) op elk bestuursniveau [4]
PortugalAgência para a Modernização Administrativa (AMA)Instituto Nacional para a Reabilitação (INR) [4]

Belangrijke data

DatumWat er gebeurtStatus op 9 oktober 2026
26 oktober 2016Richtlijn vastgesteldVastgesteld
23 september 2018Uiterste datum voor omzetting (art. 12 lid 1); aanwijzing van instanties voor monitoring en handhaving (art. 8 lid 7, art. 9 lid 2)Verstreken
December 2018Uitvoeringsbesluiten van de Commissie over de modeltoegankelijkheidsverklaring (2018/1523), de monitoringmethode (2018/1524) en de geharmoniseerde norm (2018/2048)Vastgesteld
23 september 2019Van toepassing op websites gepubliceerd na 23 september 2018 (art. 12 lid 3 sub a)Van toepassing
23 september 2020Van toepassing op alle andere websites (art. 12 lid 3 sub b)Van toepassing
23 juni 2021Van toepassing op mobiele applicaties (art. 12 lid 3 sub c)Van toepassing
Augustus 2021Uitvoeringsbesluit (EU) 2021/1339 actualiseert de verwijzing naar de geharmoniseerde norm naar EN 301 549 V3.2.1Van toepassing
23 december 2021Eerste nationale monitoringverslagen, daarna om de drie jaar (art. 8 lid 4)Doorlopend
28 juni 2025De European Accessibility Act geldt voor de producten en diensten die eronder vallen (art. 31 lid 2 Richtlijn (EU) 2019/882)Van toepassing

De Commissie heeft de richtlijn in 2022 geëvalueerd en de monitoringverslagen van de lidstaten over 2020-2021 en 2022-2024 gepubliceerd [3]. Op 9 oktober 2026 vonden we geen aanhangig voorstel tot wijziging van de richtlijn.

Samenhang met andere wetgeving

Verder lezen

De volledige tekst

Hieronder staat de officiële Nederlandse tekst van Richtlijn (EU) 2016/2102, waarin elk artikel en elke overweging een eigen link heeft. Zo kunt u elke samenvatting hierboven naast de richtlijn zelf leggen.

Officiële tekst zoals bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie op 2 december 2016, afkomstig van EUR-Lex (CELEX 32016L2102). Alleen de in het Publicatieblad van de Europese Unie bekendgemaakte versie is authentiek. Verwijzingen naar voetnoten zijn niet overgenomen. © Europese Unie, https://eur-lex.europa.eu. Hergebruikt op grond van Besluit 2011/833/EU van de Commissie. Opgehaald op 9 oktober 2026.

Overwegingen (56)

(1) Door de ontwikkeling naar een digitale maatschappij kunnen gebruikers op nieuwe manieren toegang tot informatie en diensten krijgen. De aanbieders van informatie en diensten, zoals overheidsinstanties, maken steeds meer gebruik van het internet om een grote verscheidenheid aan voor het publiek essentiële informatie en diensten online te produceren, verzamelen en verstrekken.

(2) In het kader van deze richtlijn moet onder toegankelijkheid worden verstaan het geheel van principes en technieken die in acht moeten worden genomen bij het ontwerpen, bouwen, beheren en bijwerken van websites en mobiele applicaties om hen voor gebruikers toegankelijker te maken, met name voor personen met een beperking.

(3) Op de snel groeiende markt voor het toegankelijker maken van digitale producten en diensten zijn diverse economische actoren actief, zoals die welke websites of software ontwikkelen voor het maken, beheren en testen van webpagina's of mobiele applicaties, die welke useragents zoals webbrowsers en aanverwante hulptechnologie ontwikkelen, die welke certificeringsdiensten uitvoeren en die welke opleidingen aanbieden.

(4) Zoals werd benadrukt in de mededeling van de Commissie van 19 mei 2010 met als opschrift „Een digitale agenda voor Europa”, moeten overheidsinstanties ertoe bijdragen de markten voor onlinecontent te bevorderen. Overheden kunnen de markten voor onlinecontent stimuleren door overheidsinformatie onder transparante, efficiënte en niet-discriminerende voorwaarden ter beschikking te stellen. Dit is een belangrijke bron voor potentiële groei van innovatieve onlinediensten.

(5) Verscheidene lidstaten hebben maatregelen genomen die zijn gebaseerd op internationaal gebruikte richtsnoeren voor het ontwerp van toegankelijke websites, maar die maatregelen hebben vaak betrekking op verschillende versies of conformiteitsniveaus van die richtsnoeren, of hebben geleid tot technische verschillen op nationaal niveau wat betreft toegankelijke websites.

(6) Onder de aanbieders van toegankelijke websites, mobiele applicaties en aanverwante software en technologie bevinden zich veel kleine en middelgrote ondernemingen (kmo's). Dergelijke aanbieders, en met name kmo's, worden ontmoedigd om buiten hun nationale markt zaken te doen. Door de verschillen in de specificaties en voorschriften voor toegankelijkheid tussen de lidstaten moeten zij extra kosten maken voor het ontwikkelen en op de markt brengen van grensoverschrijdende producten en diensten op het gebied van webtoegankelijkheid, waardoor hun concurrentievermogen en groei worden belemmerd.

(7) Door de beperkte concurrentie worden kopers van websites, mobiele applicaties en aanverwante producten en diensten geconfronteerd met hoge prijzen voor dienstverlening of zijn zij afhankelijk van één aanbieder. De aanbieders gebruiken vaak varianten van propriëtaire normen, waardoor achteraf de mogelijkheden voor de interoperabiliteit met useragents en algehele Uniebrede toegang tot de content van websites en mobiele applicaties worden belemmerd. Versnippering van nationale regelingen leidt ertoe dat minder voordeel kan worden geput uit het delen van ervaringen die op nationaal en internationaal niveau zijn opgedaan bij het inspelen op maatschappelijke en technische ontwikkelingen.

(8) Een geharmoniseerd kader moet ervoor zorgen dat ontwerpers en ontwikkelaars van websites en mobiele applicaties op de interne markt met minder obstakels worden geconfronteerd; daarnaast moeten de kosten dalen voor overheidsinstanties en anderen die producten en diensten op het gebied van toegankelijkheid van websites en mobiele applicaties verkrijgen.

(9) Deze richtlijn moet erop gericht zijn te waarborgen dat de websites en mobiele applicaties van overheidsinstanties op basis van gemeenschappelijke toegankelijkheidseisen toegankelijker worden. Nationale maatregelen moeten, op basis van de overeengekomen toegankelijkheidseisen voor de websites en mobiele applicaties van overheidsinstanties, op Unieniveau onderling worden aangepast om een eind te maken aan de versnippering van de interne markt. Hierdoor zou de onzekerheid voor ontwikkelaars afnemen en de interoperabiliteit worden bevorderd. Het gebruik van technologieneutrale toegankelijkheidseisen zal innovatie niet belemmeren, en misschien zelfs bevorderen.

(10) Met een onderlinge aanpassing van nationale maatregelen moeten overheidsinstanties en ondernemingen uit de Unie economisch en sociaal voordeel kunnen halen uit een uitbreiding van hun online- of mobiele diensten naar een groter aantal burgers en klanten. Hierdoor moet het potentieel van de interne markt voor producten en diensten op het gebied van de toegankelijkheid van websites en mobiele applicaties toenemen. Dankzij de daaruit resulterende marktgroei moeten ondernemingen kunnen bijdragen aan economische groei en het scheppen van banen in de Unie. Versterking van de interne markt moet investeren in de Unie aantrekkelijker maken. Overheidsinstanties zouden profiteren van de goedkopere producten en diensten op het gebied van webtoegankelijkheid.

(11) Burgers zouden profiteren van een bredere toegang tot overheidsinstanties via websites en mobiele applicaties, en zouden diensten en informatie krijgen waarmee zij in de hele Unie hun dagelijks leven en de uitoefening van hun rechten kunnen vergemakkelijken, met name hun recht om zich vrij op het grondgebied van de Unie te bewegen en daar te verblijven, hun vrijheid om zich te vestigen en hun vrijheid om diensten te verlenen.

(12) Door het op 13 december 2006 goedgekeurde Verdrag van de Verenigde Naties inzake de rechten van personen met een beperking („het VN-verdrag”) te ratificeren respectievelijk te sluiten, hebben een meerderheid van de lidstaten en de Unie zich ertoe verbonden passende maatregelen te nemen om personen met een beperking op voet van gelijkheid met anderen de toegang te garanderen tot onder meer informatie- en communicatietechnologieën en -systemen, de toepassing van minimumnormen en richtsnoeren voor de toegankelijkheid tot voorzieningen en diensten die openstaan voor of verleend worden aan het publiek te ontwikkelen, te verspreiden en te monitoren, en de toegang voor personen met een beperking tot nieuwe informatie- en communicatietechnologieën en -systemen, met inbegrip van het internet, te bevorderen, en hebben zij toegezegd zich te onthouden van elke handeling of praktijk die niet strookt met dat verdrag, en ervoor te zorgen dat overheidsdiensten en -instellingen dienovereenkomstig handelen. In het VN-verdrag is ook bepaald dat producten, omgevingen, programma's en diensten zodanig moeten worden ontworpen dat zij door iedereen in de ruimst mogelijke zin kunnen worden gebruikt zonder dat een aanpassing of een speciaal ontwerp nodig is. Dit „universeel ontwerp” mag niet uitsluiten dat indien nodig voor specifieke groepen van personen met een beperking in ondersteunende middelen wordt voorzien. Overeenkomstig het VN-verdrag zijn personen met een beperking onder meer personen met langdurige fysieke, mentale, intellectuele of zintuiglijke beperkingen die hen in combinatie met andere belemmeringen kunnen beletten volledig, effectief en op voet van gelijkheid met anderen te participeren in de samenleving.

(13) De mededeling van de Commissie van 15 november 2010 met als opschrift „Europese strategie inzake handicaps 2010-2020: Een hernieuwd engagement voor een onbelemmerd Europa” bouwt voort op het VN-verdrag en is bedoeld om belemmeringen uit de weg te ruimen die personen met een beperking beletten om op gelijke basis aan het maatschappelijk leven deel te nemen. De mededeling schetst de maatregelen die moeten worden genomen op verschillende prioritaire gebieden, onder meer inzake de toegankelijkheid van informatie- en communicatietechnologieën en -systemen, en heeft tot doel te „zorgen voor toegankelijkheid van goederen, diensten (waaronder publieke diensten) en hulpmiddelen voor personen met een handicap”.

(14) Verordeningen (EU) nr. 1303/2013 en (EU) nr. 1304/2013 van het Europees Parlement en de Raad bevatten bepalingen over de toegankelijkheid van informatie- en communicatietechnologie (ICT). Zij gaan echter niet in op de specifieke aspecten van de toegankelijkheid van websites of mobiele applicaties.

(15) Horizon 2020 — Het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie, ingevoerd bij Verordening (EU) nr. 1291/2013 van het Europees Parlement en de Raad, ondersteunt onderzoek naar, en de ontwikkeling van, technische oplossingen voor toegankelijkheidsproblemen.

(16) In haar mededeling van 15 december 2010 met als opschrift „Het Europese actieplan inzake e-overheid 2011-2015 — Benutten van de ICT om een slimme, duurzame en innovatieve overheid te bevorderen” riep de Commissie op om e-overheidsvoorzieningen te ontwikkelen die inclusiviteit en toegankelijkheid waarborgen. Dit omvat maatregelen om de achterstand op het gebied van ICT-gebruik te verkleinen en het ICT-gebruik te bevorderen teneinde uitsluiting te overwinnen, zodat alle gebruikers in staat zijn de geboden mogelijkheden ten volle te benutten. In haar mededeling van 19 april 2016 met als opschrift „EU-actieplan inzake e-overheid 2016-2020 — Voor een snellere digitalisering van overheidsdiensten” wijst de Commissie opnieuw op het belang van inclusiviteit en toegankelijkheid.

(17) In de digitale agenda voor Europa heeft de Commissie aangekondigd dat overheidswebsites in 2015 volledig toegankelijk moeten zijn, daarmee de ministeriële verklaring van Riga van 11 juni 2006 weerspiegelend.

(18) In de digitale agenda voor Europa heeft de Commissie benadrukt dat gecoördineerde acties nodig waren om ervoor te zorgen dat nieuwe elektronische content volledig toegankelijk was voor personen met een beperking, zodat de levenskwaliteit van de Europeanen verbetert door bijvoorbeeld een vlottere toegang tot overheidsinstanties en culturele content. Zij pleitte in die agenda ook voor het faciliteren van het Memorandum van Overeenstemming over digitale toegang voor personen met een beperking.

(19) Content van websites en mobiele applicaties omvat zowel tekst als andere informatie, downloadbare documenten en formulieren, en wederzijdse interactie, zoals het verwerken van digitale formulieren en het afwikkelen van authenticatie-, identificatie- en betalingsprocedures.

(20) De in deze richtlijn omschreven toegankelijkheidseisen mogen niet van toepassing zijn op content die enkel te vinden is op mobiele toestellen, noch op useragents daarvoor, die ontwikkeld zijn voor een gesloten gebruikersgroep of voor specifiek gebruik in bepaalde omgevingen, en die niet beschikbaar zijn voor en gebruikt worden door het brede publiek.

(21) Deze richtlijn doet geen afbreuk aan Richtlijn 2014/24/EU van het Europees Parlement en de Raad en met name aan artikel 42 daarvan, noch aan Richtlijn 2014/25/EU van het Europees Parlement en de Raad en met name aan artikel 60 daarvan, die vereisen dat de technische specificaties voor alle aanbestedingen die zijn bedoeld voor gebruik door natuurlijke personen, hetzij door het grote publiek, hetzij door het personeel van de aanbestedende dienst, zodanig worden opgesteld dat zij, uitgezonderd in naar behoren gemotiveerde gevallen, rekening houden met de toegankelijkheidscriteria voor personen met een beperking en de geschiktheid van het ontwerp voor alle gebruikers.

(22) Gezien het ontbreken van geautomatiseerde, efficiënte en gebruiksvriendelijke middelen om sommige types gepubliceerde content toegankelijk te maken en teneinde het toepassingsgebied van deze richtlijn te beperken tot content van websites en mobiele applicaties die daadwerkelijk onder het gezag van overheidsinstanties staan, voorziet deze richtlijn in een tijdelijke of permanente uitsluiting van haar toepassingsgebied voor sommige types content van websites of mobiele applicaties. Bij de evaluatie van deze richtlijn moeten die uitsluitingen worden herbezien in het licht van de technologische vooruitgang.

(23) Het recht van personen met een beperking en van ouderen om te participeren en te integreren in het maatschappelijke en culturele leven van de Unie is onlosmakelijk verbonden met de beschikbaarheid van toegankelijke audiovisuele mediadiensten. Dat recht kan evenwel beter worden ontwikkeld in het kader van sectorspecifieke wetgeving of toegankelijkheidswetgeving van de Unie die ook voor de commerciële omroepen geldt, teneinde de voorwaarden voor een eerlijke concurrentie te waarborgen zonder afbreuk te doen aan de betekenis van audiovisuele mediadiensten voor het algemeen belang. Deze richtlijn mag derhalve niet van toepassing zijn op de websites en mobiele applicaties van publieke omroepen.

(24) Niets in deze richtlijn is bedoeld om de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid en het pluralisme van de media te beknotten, zoals deze met name overeenkomstig artikel 11 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie („het Handvest”) in de Unie en in de lidstaten zijn gewaarborgd.

(25) Sommige niet-gouvernementele organisaties (ngo's) die op basis van vrijwilligheid en autonomie zijn opgericht voor hoofdzakelijk niet-winstgevende doeleinden, verlenen diensten die niet essentieel zijn voor het publiek, zoals diensten die niet rechtstreeks in opdracht van de staat, regionale of lokale overheden worden verricht of diensten die niet specifiek zijn gericht op de behoeften van met name personen met een beperking, en zouden binnen de werkingssfeer van deze richtlijn kunnen vallen. Om te vermijden dat deze ngo's een onevenredige last wordt opgelegd, mag deze richtlijn niet op hen van toepassing zijn.

(26) Onder kantoorbestandsformaten moet worden verstaan documenten die niet primair voor gebruik op het internet zijn bestemd en die in webpagina's zijn verwerkt, zoals het Adobe Portable Document Format (PDF), het documentformaat van Microsoft Office of (open source) equivalenten daarvan.

(27) Live uitgezonden op tijd gebaseerde media die online blijven of na de live-uitzending opnieuw beschikbaar worden gesteld, moeten vanaf de datum van de oorspronkelijke uitzending of vanaf het opnieuw beschikbaar stellen van de op tijd gebaseerde media, onverwijld worden beschouwd als vooraf opgenomen op tijd gebaseerde media, waarbij de strikt noodzakelijke termijn om de op tijd gebaseerde media toegankelijk te maken niet mag worden overschreden en voorrang moet worden verleend aan essentiële informatie over de gezondheid, het welzijn en de veiligheid van de burgers. Die noodzakelijke termijn mag in beginsel niet meer dan 14 dagen duren. In gerechtvaardigde gevallen, zoals wanneer het onmogelijk is de betrokken diensten tijdig te leveren, mag die termijn bij uitzondering worden verlengd tot de kortst mogelijke termijn die nodig is om de content toegankelijk te maken.

(28) Hoewel deze richtlijn overheidsinstanties aanmoedigt om alle content toegankelijk te maken, is deze er niet op gericht de content die overheidsinstanties op hun websites of mobiele applicaties mogen plaatsen, te beperken tot toegankelijke content. Wanneer niet-toegankelijke content wordt toegevoegd, moeten overheidsinstanties, voor zover dat redelijkerwijs mogelijk is, toegankelijke alternatieven aan hun websites of mobiele applicaties toevoegen.

(29) Als kaarten worden gebruikt voor navigatiedoeleinden kan, in tegenstelling tot geografische beschrijvingen, toegankelijke informatie nodig zijn om personen te helpen die visuele informatie of ingewikkelde navigatiefuncties niet correct kunnen gebruiken, bijvoorbeeld voor het lokaliseren van gebouwen of gebieden waar diensten worden aangeboden. Derhalve moet, in een voor de meeste gebruikers eenvoudige en leesbare vorm, een toegankelijk alternatief worden geboden, zoals postadressen en nabije haltes van het openbaar vervoer of de namen van plaatsen of gebieden, die meestal reeds voor de overheidsinstanties beschikbaar zijn.

(30) Ingesloten content, zoals ingesloten beelden of video's, moet ook onder deze richtlijn vallen. Soms worden websites en mobiele applicaties gemaakt waarop vervolgens extra content kan worden geplaatst, bijvoorbeeld een e-mailprogramma, een blog, een artikel waarop gebruikers commentaar kunnen plaatsen of toepassingen die door gebruikers aangeleverde content ondersteunen. Een ander voorbeeld is een webpagina, zoals een portaal of nieuwssite met content die afkomstig is van verschillende contribuanten, of sites die op gezette tijden automatisch content uit andere bronnen opnemen, zoals automatisch ingevoerde advertenties. Dit soort van derden afkomstige content moet worden uitgesloten van het toepassingsgebied van deze richtlijn op voorwaarde dat deze niet door overheidsinstanties wordt gefinancierd of ontwikkeld en evenmin onder hun gezag staat. Deze content mag in beginsel niet worden gebruikt indien hij de werking van de op de betrokken websites of mobiele applicaties aangeboden overheidsdienst hindert of beperkt. Indien het doel van de content op websites of mobiele applicaties van overheidsinstanties bestaat in het organiseren van raadplegingen of van forumdiscussies, kan die content niet als van derden afkomstige content worden beschouwd en moet hij derhalve toegankelijk zijn, uitgezonderd in het geval van content uit bijdragen van gebruikers waarover de betrokken overheidsinstantie geen gezag heeft.

(31) Met betrekking tot metadata in verband met de reproductie van stukken uit erfgoedcollecties moeten sommige toegankelijkheidseisen voor websites en mobiele applicaties wel worden nageleefd.

(32) Deze richtlijn mag niet van de lidstaten verlangen dat zij de content van gearchiveerde websites en mobiele applicaties toegankelijk maken indien deze niet langer actueel is of wordt bijgewerkt en indien het niet noodzakelijk is voor administratieve procedures. Voor de toepassing van deze richtlijn mag louter technisch beheer niet worden beschouwd als een bijwerking of aanpassing van een website of mobiele applicatie.

(33) Essentiële administratieve onlinefuncties van scholen, kinderdagverblijven of crèches moeten toegankelijk worden gemaakt. Indien die essentiële content op een toegankelijke wijze via een andere website wordt verstrekt, hoeft deze content niet meer opnieuw op de website van de betrokken inrichting toegankelijk te worden gemaakt.

(34) De lidstaten moeten over de mogelijkheid beschikken om de toepassing van deze richtlijn uit te breiden tot andere soorten websites en mobiele applicaties, in het bijzonder intranet- of extranetwebsites en mobiele applicaties die niet onder deze richtlijn vallen en die voor een beperkt aantal personen op de werkvloer of in het onderwijs zijn ontworpen en door hen worden gebruikt, alsmede om overeenkomstig het Unierecht maatregelen te handhaven of in te voeren die verder gaan dan de minimale toegankelijkheidseisen voor websites en mobiele applicaties. De lidstaten moeten ook worden aangemoedigd om de toepassing van deze richtlijn uit te breiden tot particuliere entiteiten die faciliteiten en diensten aanbieden die openstaan voor of worden verleend aan het publiek, onder meer op het gebied van gezondheidszorg, kinderzorg, sociale inclusie en sociale zekerheid, maar ook in de sectoren vervoer, elektriciteit, gas, verwarming, water, elektronische communicatie en postdiensten, met bijzondere aandacht voor de in de artikelen 8 tot en met 13 van Richtlijn 2014/25/EU bedoelde diensten.

(35) Hoewel deze richtlijn niet van toepassing is op de websites en mobiele applicaties van instellingen van de Unie, worden die instellingen ertoe aangemoedigd de toegankelijkheidseisen van deze richtlijn in acht te nemen.

(36) De toegankelijkheidseisen van deze richtlijn beogen technologieneutraal te zijn. Zij beschrijven waaraan moet zijn voldaan om ervoor te zorgen dat de gebruiker een website, een mobiele applicatie en de daaraan gerelateerde content kan waarnemen, bedienen, begrijpen en interpreteren. In de eisen wordt niet gespecificeerd welke technologie er moet worden gekozen voor een bepaalde website, online-informatie of mobiele applicatie. Zodoende wordt de innovatie niet belemmerd.

(37) De vier beginselen inzake toegankelijkheid zijn: waarneembaarheid, waaronder wordt verstaan dat de informatie en de componenten van de gebruikersinterface zodanig aan gebruikers moeten kunnen worden gepresenteerd dat zij kunnen worden waargenomen; bedienbaarheid, waaronder wordt verstaan dat de componenten van de gebruikersinterface en de navigatie bedienbaar moeten zijn; begrijpelijkheid, waaronder wordt verstaan dat de informatie en de werking van de gebruikersinterface begrijpelijk moeten zijn, en robuustheid, waaronder wordt verstaan dat content voldoende robuust moet zijn opdat hij op betrouwbare wijze wordt geïnterpreteerd door uiteenlopende useragents, waaronder hulptechnologieën. Die toegankelijkheidsbeginselen zijn via geharmoniseerde normen en een gemeenschappelijke methode vertaald naar toetsbare succescriteria, zoals die welke aan de basis liggen van Europese norm EN 301 549 V1.1.2 „Toegankelijkheidseisen voor overheidsopdrachten voor ICT-producten en -diensten in Europa” (2015-04) ( Europese norm EN 301 549 V1.1.2 (2015-04)) teneinde na te gaan of de content van websites en mobiele applicaties aan deze beginselen voldoen. In afwachting van de bekendmaking van de referentienummers van geharmoniseerde normen of delen daarvan in het Publicatieblad van de Europese Unie, moeten de toepasselijke bepalingen van Europese norm EN 301 549 V1.1.2 (2015-04) worden beschouwd als de minimale middelen om deze beginselen in de praktijk te brengen.

(38) Indien de in deze richtlijn uiteengezette toegankelijkheidseisen niet van toepassing zijn, blijven de eisen inzake „redelijke aanpassingen” overeenkomstig Richtlijn 2000/78/EG van de Raad, het VN-verdrag of andere toepasselijke wetgeving toch nog van toepassing en moet daaraan waar nodig worden voldaan, met name op de werkvloer en in het onderwijs.

(39) Overheidsinstanties moeten de in deze richtlijn uiteengezette toegankelijkheidseisen toepassen voor zover zij voor hen geen onevenredige last met zich brengen. Dit betekent dat het in gerechtvaardigde gevallen voor een overheidsinstantie redelijkerwijs onmogelijk kan zijn om specifieke content volledig toegankelijk te maken. Deze overheidsinstantie moet die content echter nog steeds zo toegankelijk mogelijk maken en andere content volledig toegankelijk maken. Uitzonderingen op de naleving van de toegankelijkheidseisen wegens de erdoor opgelegde onevenredige last mogen niet verder gaan dan hetgeen strikt noodzakelijk is om die last met betrekking tot de desbetreffende specifieke content en elk individueel geval te beperken. Onder maatregelen die een onevenredige last zouden vormen, moet worden verstaan maatregelen die een overheidsinstantie een buitensporige organisatorische of financiële last zouden opleggen, of die afbreuk zou doen aan het vermogen van de instantie om haar doelstelling te verwezenlijken of informatie bekend te maken die nodig of relevant is voor haar taken en diensten, een en ander rekening houdend met het waarschijnlijke voor- of nadeel daaruit voor burgers, met name voor personen met een beperking. Bij de beoordeling van de mate waarin niet aan de toegankelijkheidseisen kan worden voldaan omdat zij een onevenredige last met zich zouden brengen, mag alleen rekening worden gehouden met legitieme redenen. Het ontbreken van prioriteit, tijd of kennis mogen niet als legitieme redenen worden beschouwd. Evenzo mogen er geen legitieme redenen zijn voor het niet leveren of ontwikkelen van softwaresystemen om de content op websites en mobiele applicaties op een toegankelijke wijze te beheren, aangezien er toereikende en aanvullende technieken beschikbaar zijn om aan de toegankelijkheidseisen van deze richtlijn te voldoen.

(40) Interoperabiliteit op het gebied van toegankelijkheid moet ervoor zorgen dat de compatibiliteit van content met huidige en toekomstige useragents en hulptechnologieën zo groot mogelijk is. Meer in het bijzonder moet de content van websites en mobiele applicaties de useragents voorzien van een gemeenschappelijke interne codering van natuurlijke taal, structuren, relaties en reeksen, evenals de gegevens van eventuele ingebedde componenten van gebruikersinterfaces. Interoperabiliteit is daardoor voordelig voor de gebruikers, die met hun useragents toegang tot de meeste websites en mobiele applicaties kunnen krijgen; zij kunnen ook genieten van een ruimere keuze en lagere prijzen in de hele Unie. Interoperabiliteit zou ook aanbieders en afnemers van producten en diensten op het gebied van de toegankelijkheid van websites en mobiele applicaties ten goede komen.

(41) Deze richtlijn stelt toegankelijkheidseisen aan de websites en mobiele applicaties van overheidsinstanties. Om de conformiteit van dergelijke websites en mobiele applicaties met die eisen te vergemakkelijken, moet worden voorzien in een vermoeden van conformiteit voor de betrokken websites en mobiele applicaties die voldoen aan geharmoniseerde normen of delen daarvan die zijn vastgesteld en bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1025/2012 van het Europees Parlement en de Raad om gedetailleerde specificaties met betrekking tot die eisen vast te stellen. Krachtens die verordening moeten lidstaten en het Europees Parlement bezwaar kunnen maken tegen elke geharmoniseerde norm die naar hun mening niet volledig voldoet aan de toegankelijkheidseisen van deze richtlijn.

(42) De Europese normalisatieorganisaties hebben Europese norm EN 301 549 V1.1.2 (2015-04) vastgesteld, waarin de functionele toegankelijkheidseisen voor ICT-producten en -diensten, met inbegrip van webcontent, nauwkeurig zijn omschreven en die kan worden gebruikt voor overheidsopdrachten of ter ondersteuning van ander beleid of wetgeving. Het vermoeden van conformiteit met de toegankelijkheidseisen van deze richtlijn moet gebaseerd zijn op de bepalingen 9, 10 en 11 van Europese norm EN 301 549 V1.1.2 (2015-04). Europese norm EN 301 549 V1.1.2 (2015-04) moet met betrekking tot mobiele applicaties door middel van op basis van deze richtlijn aangenomen technische specificaties verder worden verfijnd.

(43) In de technische specificaties en normen die in verband met de toegankelijkheidseisen van deze richtlijn worden ontwikkeld, moet bovendien rekening worden gehouden met de conceptuele en technische specificaties van mobiele applicaties.

(44) Overheidsinstanties moeten een toegankelijkheidsverklaring afleggen over de conformiteit van websites en mobiele applicaties met de toegankelijkheidseisen van deze richtlijn. Die toegankelijkheidsverklaring moet in voorkomend geval de geboden toegankelijke alternatieven bevatten.

(45) Mobiele applicaties worden op uiteenlopende wijze aangeboden, onder meer door particuliere internetwinkels die applicaties aanbieden. Informatie moet worden verstrekt over de toegankelijkheid van de mobiele applicaties van overheidsinstanties die uit externe bronnen worden gedownload samen met de beschrijving van de mobiele applicatie die aan gebruikers wordt gegeven voordat de mobiele applicatie wordt gedownload. Daarbij wordt van grote aanbieders van platformen niet verlangd dat zij hun applicatiedistributiesystemen wijzigen, maar worden overheidsinstanties wel verplicht de toegankelijkheidsverklaring ter beschikking te stellen door gebruik te maken van bestaande of toekomstige technologieën.

(46) Er moet een feedbackmechanisme worden ingesteld dat elke persoon in staat stelt om bij de betrokken overheidsinstantie melding te maken van eventuele niet-naleving door de website of mobiele applicaties van de toegankelijkheidseisen van deze richtlijn, en om uitgesloten informatie op te vragen. Die verzoeken om informatie kunnen ook betrekking hebben op content die van het toepassingsgebied van deze richtlijn is uitgesloten of anderszins is vrijgesteld van de toegankelijkheidseisen van deze richtlijn, zoals kantoorbestandsformaten, vooraf opgenomen op tijd gebaseerde media of de content van gearchiveerde websites. Door het met een handhavingsprocedure verbonden feedbackmechanisme moeten gebruikers van websites en mobiele applicaties van overheidsinstanties de benodigde informatie kunnen opvragen, met inbegrip van diensten en documenten. De betrokken overheidsinstantie moet naar aanleiding van een legitiem en redelijk verzoek, binnen een redelijke termijn op adequate en passende wijze informatie verstrekken.

(47) Lidstaten moeten de maatregelen nemen die noodzakelijk zijn om bij de relevante belanghebbenden het bewustzijn te vergroten en opleidingsprogramma's te bevorderen met betrekking tot de toegankelijkheid van websites en mobiele applicaties, met name voor het personeel dat verantwoordelijk is voor de toegankelijkheid van websites of mobiele applicaties. De betrokken belanghebbenden moeten worden geraadpleegd of betrokken bij het samenstellen van de inhoud van opleidingen en bewustzijnsvergrotende maatregelen op het gebied van toegankelijkheid.

(48) Het is belangrijk dat de lidstaten, in nauwe samenwerking met de Commissie, het gebruik van authoring tools stimuleren waarmee de toegankelijkheidseisen van deze richtlijn beter kunnen worden toegepast. Een dergelijke stimulans kan passieve vormen aannemen, zoals de bekendmaking van een lijst van compatibele authoring tools zonder een verplichting die te gebruiken, of actieve vormen, zoals de verplichting om compatibele authoring tools te gebruiken of de ontwikkeling daarvan te financieren.

(49) Om ervoor te zorgen dat deze richtlijn correct wordt uitgevoerd, en dat met name de regels inzake de conformiteit met toegankelijkheidseisen worden uitgevoerd, is het van het grootste belang dat de Commissie en de lidstaten regelmatig overleg plegen met de relevante belanghebbenden. In deze richtlijn wordt onder relevante belanghebbenden ook verstaan organisaties die de belangen van personen met een beperking en van ouderen behartigen, de sociale partners, de bedrijfssector die toegankelijkheidssoftware voor websites en mobiele applicaties ontwikkelt en het maatschappelijke middenveld.

(50) Conformiteit met de toegankelijkheidseisen van deze richtlijn moet periodiek worden getoetst. Een geharmoniseerde toezichtsmethodiek zou voor een beschrijving zorgen van de manier om op eenvormige basis in alle lidstaten na te gaan in hoeverre aan de toegankelijkheidseisen is voldaan, alsook om representatieve steekproeven te nemen en periodieke toezichtsactiviteiten te verrichten. De lidstaten moeten periodiek verslag uitbrengen over de resultaten van de toezichtsactiviteiten en minstens één maal over de lijst met maatregelen die ter uitvoering van deze richtlijn zijn genomen.

(51) De door de Commissie op te stellen toezichtsmethodiek moet transparant, overdraagbaar, vergelijkbaar en reproduceerbaar zijn. De reproduceerbaarheid van de toezichtsmethodiek moet zo groot mogelijk worden gemaakt, ermee rekening houdend dat menselijke factoren zoals het testen door gebruikers, die reproduceerbaarheid kunnen beïnvloeden. Om de vergelijkbaarheid te bevorderen, moet de toezichtsmethodiek beschrijven op welke wijze de resultaten van de verschillende testen moeten of kunnen worden gepresenteerd. Om geen middelen te onttrekken aan de doelstelling om content toegankelijker te maken, moet de toezichtsmethodiek gebruiksvriendelijk zijn.

(52) Teneinde innovatie met betrekking tot de wijzen waarop de toegankelijkheid van websites en mobiele applicaties wordt gemeten niet te belemmeren en zolang de vergelijkbaarheid van gegevens in de Unie niet in het gedrang komt, moeten de lidstaten meer geavanceerde toezichtstechnologieën op basis van een door de Commissie vast te stellen toezichtsmethodiek kunnen gebruiken.

(53) Om te vermijden dat stelselmatig een beroep wordt gedaan op de rechter, moet worden voorzien in het recht op een adequate en doeltreffende procedure om naleving van deze richtlijn te waarborgen. Dit laat het recht op een doeltreffende voorziening in rechte als bedoeld in artikel 47 van het Handvest onverlet. Die procedure moet ook het recht omvatten om klacht in te dienen bij elke bestaande nationale instantie die bevoegd is daarop te beslissen.

(54) Teneinde de correcte toepassing van het vermoeden van conformiteit met de toegankelijkheidseisen van deze richtlijn te waarborgen, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie handelingen vast te stellen ten aanzien van een wijziging van deze richtlijn door de verwijzingen naar Europese norm EN 301 549 V1.1.2 (2015-04) bij te werken. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

(55) Om eenvormige voorwaarden te waarborgen voor de uitvoering van de desbetreffende bepalingen van deze richtlijn, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend. De onderzoeksprocedure moet worden gebruikt voor het vaststellen van de technische specificaties voor de toegankelijkheidseisen, voor het vaststellen van de methodiek die lidstaten moeten gebruiken om na te gaan of de betrokken websites en mobiele applicaties aan deze eisen voldoen, en voor het vaststellen van de regeling aan de hand waarvan de lidstaten aan de Commissie over het resultaat van de toetsing rapporteren. Voor het vaststellen van de uitvoeringshandelingen die voorzien in een modelverklaring inzake toegankelijkheid moet de raadplegingsprocedure worden gevolgd, waarbij de aard en de werkingssfeer van de uit deze richtlijn voortvloeiende verplichtingen onverlet worden gelaten, en die moet dienen om de toepassing van de daarin neergelegde regels te vergemakkelijken. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad.

(56) Daar de doelstelling van deze richtlijn, namelijk de totstandbrenging van een geharmoniseerde markt voor de toegankelijkheid van de websites en mobiele applicaties van overheidsinstanties, niet voldoende door de lidstaten kan worden verwezenlijkt omdat zulks de harmonisatie vereist van een veelheid van verschillende voorschriften die thans in hun rechtsstelsels bestaan, maar beter door de Unie kan worden verwezenlijkt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel, gaat deze richtlijn niet verder dan nodig is om deze doelstelling te verwezenlijken,

Richtlijn toegankelijkheid van websites en mobiele applicaties

Artikel 1 Onderwerp en toepassingsgebied

1. Om de werking van de interne markt te verbeteren, wordt met deze richtlijn gestreefd naar de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten met betrekking tot de toegankelijkheidseisen voor de websites en mobiele applicaties van overheidsinstanties, zodat die websites en mobiele applicaties toegankelijker worden voor gebruikers, in het bijzonder voor personen met een beperking.

2. Deze richtlijn bevat de regels die de lidstaten ertoe verplichten om ervoor te zorgen dat websites, ongeacht het gebruikte apparaat, en mobiele applicaties van overheidsinstanties aan de in artikel 4 omschreven toegankelijkheidseisen voldoen.

3. Deze richtlijn is niet van toepassing op de volgende websites en mobiele applicaties:

a) websites en mobiele applicaties van publieke omroepen of hun dochterondernemingen en van andere lichamen of hun dochterondernemingen die een publieke omroeptaak vervullen;

b) websites en mobiele applicaties van ngo's die geen diensten verstrekken die essentieel zijn voor het publiek, noch diensten die specifiek gericht zijn op de behoeften van, of bedoeld zijn voor, personen met een beperking.

4. Deze richtlijn is niet van toepassing op de volgende content van websites en mobiele applicaties:

a) kantoorbestandsformaten die zijn gepubliceerd vóór 23 september 2018, tenzij dergelijke content nodig is voor actieve administratieve processen met betrekking tot de door de betrokken overheidsinstantie vervulde taken;

b) vooraf opgenomen, op tijd gebaseerde media die zijn gepubliceerd vóór 23 september 2020;

c) live uitgezonden, op tijd gebaseerde media;

d) onlinekaarten en -karteringsdiensten, voor zover essentiële informatie op een toegankelijke, digitale wijze wordt verstrekt in het geval van voor navigatie bestemde kaarten;

e) van derden afkomstige content die niet door de betrokken overheidsinstantie wordt gefinancierd of ontwikkeld en evenmin onder haar gezag staat;

f) reproducties van stukken uit erfgoedcollecties die niet volledig toegankelijk kunnen worden gemaakt omwille van:

i) de onverenigbaarheid van de toegankelijkheidseisen met de bewaring van het betrokken stuk of de authenticiteit van de reproductie (bijvoorbeeld contrast), dan wel

ii) het ontbreken van geautomatiseerde en kostenefficiënte oplossingen waarmee de tekst van manuscripten of andere stukken uit erfgoedcollecties gemakkelijk zou kunnen worden geëxtraheerd en omgezet naar content die met de toegankelijkheidseisen strookt;

g) content van extra- en intranetten, te weten websites die enkel beschikbaar zijn voor een beperkt aantal personen, en niet voor het algemene publiek als zodanig, die is gepubliceerd vóór 23 september 2019, tot dergelijke websites een ingrijpende herziening ondergaan;

h) content van websites en mobiele applicaties die als archieven kunnen worden aangemerkt, wat betekent dat zij enkel content bevatten die niet noodzakelijk is voor actieve administratieve processen en die niet wordt bijgewerkt of aangepast na 23 september 2019.

5. De lidstaten kunnen websites en mobiele applicaties van scholen, kinderdagverblijven of crèches uit het toepassingsgebied van deze richtlijn sluiten, behalve wat betreft content ervan in verband met wezenlijke online administratieve functies.

Artikel 2 Minimumharmonisatie

De lidstaten kunnen overeenkomstig het Unierecht maatregelen invoeren of handhaven die verder gaan dan de door deze richtlijn vastgelegde minimumeisen inzake de toegankelijkheid van websites en mobiele applicaties.

Artikel 3 Definities

Voor de toepassing van deze richtlijn wordt verstaan onder:

1. „overheidsinstantie”: de staats-, regionale of lokale overheidsinstanties, publiekrechtelijke instellingen als gedefinieerd in artikel 2, lid 1, punt 4), van Richtlijn 2014/24/EU, of samenwerkingsverbanden bestaande uit één of meer van deze overheidsinstanties of één of meer van deze publiekrechtelijke instellingen, indien die samenwerkingsverbanden worden opgericht met het specifieke doel te voorzien in andere behoeften van algemeen belang dan die van industriële of commerciële aard;

2. „mobiele applicatie”: toepassingssoftware die is ontworpen en ontwikkeld door of namens overheidsinstanties met het oog op gebruik door het algemene publiek op mobiele toestellen zoals smartphones en tablets. Zij omvat niet de besturingssoftware van die toestellen (mobiele besturingssystemen) noch de hardware;

3. „norm”: een norm zoals bedoeld in artikel 2, punt 1), van Verordening (EU) nr. 1025/2012;

4. „Europese norm”: een Europese norm zoals bedoeld in artikel 2, punt 1), onder b), van Verordening (EU) nr. 1025/2012;

5. „geharmoniseerde norm”: een geharmoniseerde norm zoals bedoeld in artikel 2, punt 1), onder c), van Verordening (EU) nr. 1025/2012;

6. „op tijd gebaseerde media”: media van de volgende types: louter geluid, louter videobeeld, audio-video, audio en/of video in combinatie met interactie;

7. „stukken uit erfgoedcollecties”: in particulier of openbaar bezit zijnde goederen die van historisch, artistiek, archeologisch, esthetisch, wetenschappelijk of technisch belang zijn en deel uitmaken van verzamelingen die worden bewaard door culturele instellingen zoals bibliotheken, archieven en musea;

8. „meetgegevens”: de gekwantificeerde resultaten van de toezichtactiviteit die wordt verricht om na te gaan of de websites en mobiele applicaties van overheidsinstanties de in artikel 4 gestelde toegankelijkheidseisen naleven. Zij behelzen zowel kwantitatieve informatie over de steekproef van geteste websites en mobiele applicaties (aantal websites en applicaties, eventueel met het aantal bezoekers of gebruikers daarvan enz.) als kwantitatieve informatie over de mate van toegankelijkheid.

Artikel 4 Toegankelijkheidseisen voor websites en mobiele applicaties

De lidstaten zorgen ervoor dat overheidsinstanties de noodzakelijke maatregelen nemen om hun websites en mobiele applicaties toegankelijker te maken door ze waarneembaar, bedienbaar, begrijpelijk en robuust te maken.

Artikel 5 Onevenredige last

1. De lidstaten zorgen ervoor dat overheidsinstanties aan de in artikel 4 omschreven toegankelijkheidseisen voldoen, voor zover die eisen voor de toepassing van dat artikel geen onevenredige last met zich meebrengen voor de overheidsinstanties.

2. Om na te gaan in hoeverre naleving van de in artikel 4 omschreven toegankelijkheidseisen een onevenredige last met zich meebrengt, zorgen de lidstaten ervoor dat de betrokken overheidsinstantie rekening houdt met de relevante omstandigheden, waaronder de volgende:

a) de omvang, de middelen en de aard van de betrokken overheidsinstantie, en

b) de geraamde kosten en baten voor de betrokken overheidsinstantie in verhouding tot de geraamde voordelen voor personen met een beperking, rekening houdend met de frequentie en de duur van het gebruik van de specifieke website of mobiele applicatie.

3. Onverminderd lid 1 van dit artikel, voert de betrokken overheidsinstantie de initiële beoordeling uit van de mate waarin naleving van de in artikel 4 omschreven toegankelijkheidseisen een onevenredige last met zich meebrengt.

4. Indien een overheidsinstantie van de in lid 1 van dit artikel voorziene uitzondering gebruikmaakt voor een specifieke website of mobiele applicatie na een in lid 2 van dit artikel bedoelde beoordeling te verrichten, legt zij in de in artikel 7 bedoelde verklaring uit aan welke delen van de toegankelijkheidseisen niet kon worden voldaan en voorziet zij in voorkomend geval in toegankelijke alternatieven.

Artikel 6 Vermoeden van conformiteit met de toegankelijkheidseisen

1. De content van websites en mobiele applicaties die voldoet aan geharmoniseerde normen of delen daarvan, waarvan de referenties door de Commissie in het Publicatieblad van de Europese Unie zijn bekendgemaakt overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1025/2012, wordt vermoed conform te zijn met de in artikel 4 omschreven toegankelijkheidseisen die door die normen, of door delen daarvan, worden gedekt.

2. Indien geen referenties van de in lid 1 van dit artikel bedoelde geharmoniseerde normen zijn bekendgemaakt, wordt de content van mobiele applicaties die conform is met technische specificaties of delen daarvan, vermoed conform te zijn met de in artikel 4 omschreven toegankelijkheidseisen die door die technische specificaties of door delen daarvan worden gedekt.

De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast tot vaststelling van de in de eerste alinea van dit lid bedoelde technische specificaties. Die technische specificaties voldoen aan de in artikel 4 omschreven toegankelijkheidseisen en waarborgen ten minste een toegankelijkheidsniveau dat gelijkwaardig is met dat van Europese norm EN 301 549 V1.1.2 (2015-04).

De in de tweede alinea van dit lid bedoelde uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 11, lid 3, bedoelde onderzoeksprocedure. Indien geen referenties van de in lid 1 van dit artikel bedoelde geharmoniseerde normen zijn bekendgemaakt, wordt de eerste van dergelijke uitvoeringshandelingen uiterlijk op 23 december 2018 vastgesteld.

3. Indien geen referenties van de in lid 1 van dit artikel bedoelde geharmoniseerde normen zijn bekendgemaakt, wordt de content van websites die voldoet aan de desbetreffende eisen van Europese norm EN 301 549 V1.1.2 (2015-04), of delen daarvan, vermoed conform te zijn met de in artikel 4 omschreven toegankelijkheidseisen die door de desbetreffende eisen, of delen daarvan, worden gedekt.

Indien geen referenties van de in lid 1 van dit artikel bedoelde geharmoniseerde normen zijn bekendgemaakt, en bij ontstentenis van de in lid 2 van dit artikel bedoelde technische specificaties, wordt de content van mobiele applicaties die voldoet aan de desbetreffende eisen van Europese norm EN 301 549 V1.1.2 (2015-04), of delen daarvan, vermoed conform te zijn met de in artikel 4 omschreven toegankelijkheidseisen die door de desbetreffende eisen, of delen daarvan, worden gedekt.

4. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 10 gedelegeerde handelingen vast te stellen om lid 3 van dit artikel te wijzigen door de referentie naar Europese norm EN 301 549 V1.1.2 (2015-04) bij te werken, teneinde te verwijzen naar een recentere versie van die norm, of naar een Europese norm die hem vervangt, indien die versie of norm voldoet aan de in artikel 4 omschreven toegankelijkheidseisen en ten minste zorgt voor een toegankelijkheidsniveau dat gelijkwaardig is met dat van Europese norm EN 301 549 V1.1.2 (2015-04).

Artikel 7 Aanvullende maatregelen

1. De lidstaten zorgen ervoor dat overheidsinstanties een gedetailleerde, alomvattende en duidelijke toegankelijkheidsverklaring verstrekken over de conformiteit van hun websites en mobiele applicaties met deze richtlijn, en die verklaring regelmatig bijwerken.

Voor websites wordt de toegankelijkheidsverklaring verstrekt in een toegankelijk formaat, waarbij gebruik wordt gemaakt van de in lid 2 bedoelde modeltoegankelijkheidsverklaring, en wordt zij op de desbetreffende website gepubliceerd.

Voor mobiele applicaties wordt de toegankelijkheidsverklaring verstrekt in een toegankelijk formaat, waarbij gebruik wordt gemaakt van de in lid 2 bedoelde modeltoegankelijkheidsverklaring, en is zij beschikbaar op de website van de overheidsinstantie die de betrokken mobiele applicatie heeft ontwikkeld, of samen met andere informatie die bij het downloaden van de applicatie beschikbaar is.

De verklaring omvat de volgende elementen:

a) een toelichting over de delen van de content die niet toegankelijk zijn, de redenen daarvoor, en in voorkomend geval, de toegankelijke alternatieven waarin is voorzien;

b) een beschrijving van, en een link naar, een feedbackmechanisme dat elke persoon in staat stelt bij de betrokken overheidsinstantie melding te maken van eventuele niet-naleving op haar website of mobiele applicatie van de in artikel 4 omschreven toegankelijkheidseisen, en om de uit hoofde van artikelen 1, lid 4, en artikel 5 uitgesloten informatie op te vragen, en

c) een link naar de in artikel 9 omschreven handhavingsprocedure, die kan worden toegepast in geval van een onbevredigend antwoord op de melding of het verzoek.

De lidstaten zorgen ervoor dat overheidsinstanties binnen een redelijke termijn een adequaat antwoord geven op de melding of het verzoek.

2. De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast die voorzien in een modelverklaring inzake toegankelijkheid. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 11, lid 2, bedoelde raadplegingsprocedure. De Commissie stelt een eerste dergelijke uitvoeringshandeling uiterlijk op 23 december 2018 vast.

3. De lidstaten nemen maatregelen ter bevordering van de toepassing van de in artikel 4 omschreven toegankelijkheidseisen op andere types websites en mobiele applicaties dan de in artikel 1, lid 2, bedoelde, en met name op websites of mobiele applicaties die onder bestaande nationale wetgeving inzake toegankelijkheid vallen.

4. De lidstaten propageren en faciliteren opleidingsprogramma's in verband met de toegankelijkheid van websites en mobiele applicaties, ten behoeve van relevante belanghebbenden, waaronder het personeel van overheidsinstanties, die ontworpen zijn om hen op te leiden om toegankelijke content van websites en mobiele applicaties te maken, te beheren en bij te werken.

5. De lidstaten nemen de nodige maatregelen om meer besef te kweken over de in artikel 4 omschreven toegankelijkheidseisen, over de voordelen daarvan voor gebruikers en eigenaren van websites en mobiele applicaties, en over de mogelijkheid tot het geven van feedback in geval van niet-naleving van de voorschriften van deze richtlijn, zoals bepaald in onderhavig artikel.

6. Met het oog op toezicht en rapportage als bedoeld in artikel 8, bevordert de Commissie de samenwerking tussen de lidstaten onderling op het niveau van de Unie, en tussen de lidstaten en de relevante belanghebbenden, teneinde beste praktijken onderling uit te wisselen en de in artikel 8, lid 2, bedoelde toezichtmethodiek, de technologische en marktontwikkelingen en de vooruitgang qua toegankelijkheid van websites en mobiele applicaties te evalueren.

Artikel 8 Toezicht en rapportage

1. De lidstaten houden periodiek toezicht op de mate waarin websites en mobiele applicaties van overheidsinstanties voldoen aan de in artikel 4 omschreven toegankelijkheidseisen, op basis van de in lid 2 van onderhavig artikel bedoelde toezichtmethodiek.

2. De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast ter bepaling van de methodiek voor het toezicht op de mate waarin de betrokken websites en mobiele applicaties voldoen aan de in artikel 4 omschreven toegankelijkheidseisen. Die methodiek is transparant, overdraagbaar, vergelijkbaar, reproduceerbaar en gebruiksvriendelijk. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 11, lid 3, bedoelde onderzoeksprocedure. De Commissie stelt een eerste dergelijke uitvoeringshandeling uiterlijk op 23 december 2018 vast.

3. De in lid 2 bedoelde toezichtsmethodiek kan rekening houden met de analyse van deskundigen, en omvat:

a) de toezichtsfrequentie, evenals het nemen van steekproeven van de websites en mobiele applicaties die aan toezicht dienen te worden onderworpen;

b) wat websites betreft, de steekproefname van webpagina's en van de content van die pagina's;

c) wat mobiele applicaties betreft, de te testen content, rekening houdend met het tijdstip van de eerste publicatie van de applicatie en van latere actualiseringen van de functies;

d) de beschrijving van de wijze waarop de naleving of niet-naleving van de in artikel 4 omschreven toegankelijkheidseisen op afdoende wijze kan worden aangetoond, met waar passend rechtstreekse verwijzingen naar de desbetreffende beschrijvingen in de geharmoniseerde norm of, bij ontstentenis daarvan, in de in artikel 6, lid 2, bedoelde technische specificaties, of in de in artikel 6, lid 3, bedoelde Europese norm;

e) indien tekortkomingen zijn vastgesteld, een mechanisme om gegevens en informatie te verstrekken over de naleving van de in artikel 4 omschreven toegankelijkheidseisen, in een formaat dat het overheidsinstanties mogelijk maakt die tekortkomingen te verhelpen, en

f) passende regelingen, waaronder indien noodzakelijk voorbeelden en advies voor automatische, manuele en gebruiksvriendelijkheidstesten, in combinatie met de steekproefinstellingen, op een wijze die verenigbaar is met de frequentie van het toezicht en de rapportage.

4. Uiterlijk op 23 december 2021 en om de drie jaar daarna, dienen de lidstaten bij de Commissie een verslag in over de resultaten van dat toezicht, met inbegrip van de meetgegevens. Het verslag wordt opgesteld op basis van de in lid 6 van dit artikel bedoelde rapportageregeling. Het verslag behelst ook informatie over het gebruik van de in artikel 9 omschreven handhavingsprocedure.

5. Met betrekking tot de uit hoofde van artikel 7 vastgestelde maatregelen heeft het eerste verslag ook betrekking op de volgende elementen:

a) een beschrijving van de door de lidstaten ingestelde mechanismen voor de raadpleging van relevante belanghebbenden inzake de toegankelijkheid van websites en mobiele applicaties;

b) procedures ter bekendmaking van eventuele ontwikkelingen in het toegankelijkheidsbeleid in verband met websites en mobiele applicaties;

c) ervaringen en bevindingen die voortvloeien uit de tenuitvoerlegging van de regels inzake conformiteit met de in artikel 4 omschreven toegankelijkheidseisen, en

d) informatie over opleidings- en bewustmakingsactiviteiten.

In geval van aanzienlijke wijzigingen met betrekking tot de in de eerste alinea bedoelde elementen, nemen de lidstaten in hun latere verslagen informatie op over die wijzigingen.

6. De inhoud van alle verslagen, die geen lijst van onderzochte websites, mobiele applicaties of overheidsinstanties hoeven te omvatten, wordt in een toegankelijk formaat openbaar gemaakt. De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast tot instelling van de regelingen voor rapportage door de lidstaten aan de Commissie. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 11, lid 3, bedoelde onderzoeksprocedure. De Commissie stelt een eerste dergelijke uitvoeringshandeling uiterlijk op 23 december 2018 vast.

7. Uiterlijk op 23 september 2018 stellen de lidstaten de Commissie in kennis van de instantie die is aangeduid om de toezicht- en rapportagefuncties uit te oefenen.

Artikel 9 Handhavingsprocedure

1. De lidstaten zorgen ervoor dat een adequate en doeltreffende handhavingsprocedure beschikbaar is om te waarborgen dat deze richtlijn wordt nageleefd wat de in artikel 4, artikel 5 en artikel 7, lid 1, omschreven eisen betreft. Meer in het bijzonder zorgen de lidstaten voor een handhavingsprocedure, zoals de mogelijkheid een ombudsman te contacteren, om een doeltreffende behandeling van meldingen en verzoeken te waarborgen, als bedoeld in artikel 7, lid 1, onder b), en om de in artikel 5 bedoelde beoordeling te evalueren.

2. Uiterlijk op 23 september 2018 stellen de lidstaten de Commissie in kennis van de instantie die voor de handhaving van deze richtlijn verantwoordelijk is.

Artikel 10 Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1. De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2. De bevoegdheid om de in artikel 6, lid 4, bedoelde gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van 23 juni 2017.

3. Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 6, lid 4, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4. Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven.

5. Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6. Een overeenkomstig artikel 6, lid 4, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van de termijn van twee maanden de Commissie hebben meegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

Artikel 11 Comitéprocedure

1. De Commissie wordt bijgestaan door een comité. Dit is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.

2. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 4 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.

3. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.

Artikel 12 Omzetting

1. De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk op 23 september 2018 aan deze richtlijn te voldoen. Zij stellen de Commissie daarvan onverwijld in kennis.

Wanneer de lidstaten die bepalingen aannemen, wordt in die bepalingen zelf of bij de officiële bekendmaking ervan naar deze richtlijn verwezen. De regels voor deze verwijzing worden vastgesteld door de lidstaten.

2. De lidstaten delen de Commissie de tekst van de belangrijkste bepalingen van intern recht mede die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen.

3. De lidstaten passen die bepalingen toe als volgt:

a) op websites van overheidsinstanties die niet zijn gepubliceerd vóór 23 september 2018: met ingang van 23 september 2019;

b) op websites van overheidsinstanties die niet onder a) vallen: met ingang van 23 september 2020;

c) op mobiele applicaties van overheidsinstanties: met ingang van 23 juni 2021.

Artikel 13 Toetsing

Uiterlijk op 23 juni 2022 wordt de toepassing van deze richtlijn door de Commissie getoetst. Bij deze toetsing wordt rekening gehouden met de rapporten van de lidstaten over de resultaten van het in artikel 8 bedoelde toezicht en het gebruik van de in artikel 9 bedoelde handhavingsprocedure. De toetsing bevat tevens een beoordeling van de technologische vooruitgang die bepaalde types content die buiten het toepassingsgebied van deze richtlijn vallen, makkelijker toegankelijk zou kunnen maken. De bevindingen van die toetsing worden in een toegankelijk formaat openbaar gemaakt.

Artikel 14 Inwerkingtreding

Deze richtlijn treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 15 Adressaten

Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten.

Bronnen

Alle bronnen geraadpleegd op 9 oktober 2026, tenzij anders vermeld.

  1. Richtlijn (EU) 2016/2102 inzake de toegankelijkheid van de websites en mobiele applicaties van overheidsinstanties, EUR-Lex (gelezen via het Publicatiebureau).
  2. Uitvoeringsbesluit (EU) 2021/1339 van de Commissie, tot wijziging van Uitvoeringsbesluit (EU) 2018/2048 over de geharmoniseerde norm voor websites en mobiele applicaties.
  3. Europese Commissie, Web Accessibility (Engels), met links naar de uitvoeringsbesluiten, de evaluatie van 2022 en de monitoringverslagen.
  4. Europese Commissie, Monitoring and enforcement bodies of the Web Accessibility Directive (Engels).
  5. DIGG, Anmäl bristande tillgänglighet (in het Zweeds).
  6. Uu-tilsynet, Regelverk (in het Noors).
  7. Traficom, Accessibility requirements (saavutettavuusvaatimukset.fi), en persbericht van Traficom, Traficom valvoo jatkossa digitaalisten tuotteiden ja palveluiden esteettömyyttä ja saavutettavuutta (in het Fins).
  8. Banque des Territoires (Localtis), Accessibilité web : l'Arcom pourra imposer des sanctions allant jusqu'à 50 000 euros, 8 september 2023.
  9. Universiteit Utrecht, Digitale toegankelijkheid (toegankelijkheidsverklaring).
  10. Université Paris-Saclay, Déclaration d'accessibilité du site universite-paris-saclay.fr, 19 december 2023.
  11. Universiteit van Zuidoost-Noorwegen, Lovkrav om universell utforming av IKT (in het Noors).
  12. Richtlijn (EU) 2019/882 (European Accessibility Act), artikelen 2, 24 en 31, EUR-Lex (gelezen via het Publicatiebureau).
  13. Richtlijn 2014/24/EU betreffende het plaatsen van overheidsopdrachten, artikel 2 lid 1 punt 4 en artikel 42 lid 1, EUR-Lex (gelezen via het Publicatiebureau).

Over deze pagina

Bronnen gecontroleerd op 9 oktober 2026. We hebben Richtlijn (EU) 2016/2102, de European Accessibility Act en de aanbestedingsrichtlijn gelezen zoals bekendgemaakt in het Publicatieblad, via het Publicatiebureau van de EU, samen met de webtoegankelijkheidspagina's van de Commissie, de eigen pagina's van de nationale autoriteiten en de toegankelijkheidsverklaringen van de instellingen hierboven. De lijst van nationale instanties van de Commissie was voor Finland verouderd, dus ook andere vermeldingen kunnen zijn gewijzigd; voor Denemarken, Nederland, Spanje en Portugal baseren we ons op die lijst. We hebben niet de exacte titels en nummers van elke nationale omzettingswet gecontroleerd. Uitspraken die zijn gemarkeerd als Validemics analyse zijn onze eigen interpretatie. Deze pagina bevat algemene informatie en is geen juridisch advies. Ziet u een fout of hebt u een betere bron? Neem contact met ons op, dan corrigeren we het.

Veelgestelde vragen

Wat is de richtlijn webtoegankelijkheid?

Richtlijn (EU) 2016/2102 verplicht de lidstaten ervoor te zorgen dat de websites en mobiele applicaties van overheidsinstanties toegankelijk zijn, door ze waarneembaar, bedienbaar, begrijpelijk en robuust te maken (artikel 4). Ze eist ook een toegankelijkheidsverklaring met een feedbackmechanisme (artikel 7), nationale monitoring (artikel 8) en een handhavingsprocedure (artikel 9). De richtlijn werkt via het nationale recht.

Geldt de richtlijn webtoegankelijkheid voor universiteiten en hogescholen?

In de meeste gevallen wel. Ze geldt voor overheidsinstanties, waaronder publiekrechtelijke instellingen zoals gedefinieerd in de aanbestedingsrichtlijn (artikel 3, punt 1). Publieke universiteiten en hogescholen voldoen meestal aan die definitie, en nationale wetten noemen ze vaak met name. Private instellingen kunnen buiten de richtlijn maar binnen nationale regels vallen; Noorwegen past zijn regels voor universeel ontwerp bijvoorbeeld toe op zowel private als publieke organisaties.

Aan welke toegankelijkheidsnorm moet de website van een instelling voldoen?

Content die aan de geharmoniseerde norm voldoet, wordt geacht conform te zijn (artikel 6, lid 1). Het uitvoeringsbesluit van de Commissie, zoals gewijzigd in 2021, verwijst naar EN 301 549 V3.2.1, waarvan de eisen voor het web overeenkomen met WCAG 2.1 niveau AA. Nationale regels kunnen de norm rechtstreeks noemen; de Universiteit Utrecht verwijst bijvoorbeeld naar EN 301 549 en WCAG 2.1.

Moeten opgenomen colleges ondertiteld zijn?

Vooraf opgenomen, op tijd gebaseerde media die vóór 23 september 2020 zijn gepubliceerd, zijn uitgezonderd (artikel 1, lid 4, punt b), en live media ook (artikel 1, lid 4, punt c). Opnamen die na die datum op een website of app binnen het toepassingsgebied zijn gepubliceerd, vallen eronder, en de toegankelijkheidseisen gelden tenzij de instelling een onevenredige last onderbouwt (artikel 5). Raadpleeg nationale richtsnoeren over de toepassing op leeromgevingen.

Valt onze leeromgeving of ons intranet eronder?

Content van intranetten en extranetten, dus websites die alleen voor een beperkte groep beschikbaar zijn, is alleen uitgezonderd als die vóór 23 september 2019 is gepubliceerd, en dan tot de website een ingrijpende herziening ondergaat (artikel 1, lid 4, punt g). Nieuwere content in een leeromgeving met inlog of een intranet voor medewerkers valt daarom in de regel onder de richtlijn, behoudens nationaal recht en de andere uitzonderingen in artikel 1, lid 4.

Wat moet er in een toegankelijkheidsverklaring staan?

Elke verklaring moet uitleggen welke content niet toegankelijk is en waarom, waar passend toegankelijke alternatieven beschrijven, linken naar een feedbackmechanisme waarmee iedereen tekortkomingen kan melden of niet-toegankelijke content kan opvragen, en linken naar de nationale handhavingsprocedure (artikel 7, lid 1). Ze moet het model van de Commissie volgen en regelmatig worden bijgewerkt. De instelling moet binnen een redelijke termijn op feedback reageren.

Kan een instelling zich beroepen op een onevenredige last?

Alleen na een eigen beoordeling van de relevante omstandigheden, waaronder haar omvang, middelen en aard, en de geraamde kosten en baten voor de instelling in verhouding tot de voordelen voor personen met een beperking (artikel 5, leden 2 en 3). Ze moet dan in de toegankelijkheidsverklaring uitleggen aan welke eisen niet is voldaan en waar passend toegankelijke alternatieven bieden (artikel 5, lid 4). Via de handhavingsprocedure kan de beoordeling worden getoetst (artikel 9, lid 1).

Hoe verhoudt de European Accessibility Act zich tot de richtlijn webtoegankelijkheid?

De European Accessibility Act, Richtlijn (EU) 2019/882, geldt sinds 28 juni 2025 voor private marktdeelnemers bij bepaalde producten en consumentendiensten, zoals e-books en bijbehorende software en e-commerce. De eisen in bijlage I zijn verplichte toegankelijkheidseisen bij overheidsopdrachten op grond van artikel 42, lid 1, van Richtlijn 2014/24/EU (artikel 24, lid 1, EAA), wat van belang is wanneer instellingen zulke producten en diensten inkopen.

Wie houdt in de Noordse landen toezicht op webtoegankelijkheid?

In Zweden houdt het agentschap voor digitale overheid (DIGG) toezicht op de wet over de toegankelijkheid van digitale overheidsdiensten. In Finland handhaaft Traficom sinds 2025 de toegankelijkheidseisen. Voor Denemarken noemt de Commissie het agentschap voor digitalisering (Digitaliseringsstyrelsen) als verantwoordelijke. In Noorwegen houdt de toezichthouder voor universeel ontwerp van ICT (Uu-tilsynet) toezicht op de regels, die gelden voor publieke en private organisaties.